Splitsen en gemeenschappelijk wonen: Gouden greep bij woningnood Nederland

Er wonen naar verhouding steeds minder mensen in Nederlandse wijken. Mensen díe er wonen gebruiken bovendien steeds meer ruimte dan vroeger. Dit is voelbaar op de woningmarkt. Tegelijkertijd heeft deze beweging ook grote effecten op de sociale cohesie.

Een oplossing die niet vaak voorkomt in het debat, is om de omgekeerde weg in te slaan: weer meer samen te gaan wonen. Dat er mogelijkheden liggen in de bestaande ruimte voor gemeenschappelijk wonen zonder bij te hoeven bouwen, blijkt uit een onderzoek van de Koöperatieve Architekten Werkplaats: Ruimte Zat, concluderen zij.

Sinds de jaren ‘70 is het aantal personen per huishouden met 40% gekrompen. Waar grote gezinnen ooit het normaal waren, is de woon-opmaak van Nederland in de afgelopen 50 jaar sterk veranderd: terwijl het aantal kinderen per huishouden daalde, is het aantal alleenwonenden sterk toegenomen. De bestaande woningen hetzelfde zijn echter veelal gebleven. Nederlanders zijn met minder mensen, méér woonruimte gaan gebruiken.

Op het eerste gezicht lijkt dit positief: is meer ruimte niet een fijne luxe? Een teken dat een land welvarender wordt? Voor een deel wel: met een groot gezin in een klein huis wonen, bijvoorbeeld, is vaak eerder een economische beperking in plaats van een bewuste keuze. De ontwikkeling naar méér ruimte per Nederlander heeft echter ook schaduwzijden. Zo is wijken en buurten levendig houden, met genoeg aanloop om bibliotheken, scholen en andere voorzieningen in stand te houden, lastiger geworden; om over de sociale cohesie en het gemeenschapsgevoel nog maar te zwijgen. De Collectieve Wooncorporatie is daarom groot voorstander van het realiseren van meer woonvoorziening in de bestaande stedelijke ruimte. Door woningen die zich daar goed voor lenen om te bouwen tot gemeenschappelijke woningen (ofwel, woongroepen) kunnen we duizenden mensen in hun woonbehoefte voorzien. En dat zonder bij te hoeven bouwen. 

Het standaard gereedschap van politici en beleidsmakers om de woningnood op te lossen heet nog te vaak: bijbouwen. In Nederland kruipt die uitbreiding vaak richting de randen van de stad, en op sommige plekken zelfs de schaarse Nederlandse natuurlijke omgeving in. Het spreekt voor zich dat bijbouwen de krapte op de woningmarkt verlicht. Bijbouwen verhoogt echter niet de sociale draagkracht in bestaande wijken. Het lost alleen markttechnisch het probleem van schaarste op. Tegelijkertijd is het maar één instrument en is de gereedschapskist in werkelijkheid veel groter. Eén zo’n onderbenut instrument is om de bestaande ruimte in wijken beter te benutten.

Het onderzoeksteam Koöperatieve Architekten Werkplaats (KAW) heeft in het onderzoek ‘Ruimte Zat’ onderzocht wat de mogelijkheden zijn om in bestaande wijken nieuwe woningen te realiseren. Hun doel hierbij is om betaalbare, duurzame, rechtvaardige en toekomstbestendige oplossingen te creëren voor de woningnood. Een klein voorproefje: KAW concludeert dat er alleen al in naoorlogse Nederlandse buurten binnen 10 jaar ten minste 482.000 extra woningen te realiseren zijn zónder bij te bouwen. Hoewel KAW dit nog niet geheel heeft doorgerekend, vermoeden zij sterk dat in bestaand stedelijk gebied meer dan genoeg ruimte is om de komende 20 jaar in onze woonvraag te voorzien. De Collectieve Wooncorporatie ziet daarin ook specifieke kansen om binnen die bestaande ruimte gemeenschappelijke woonoplossingen te realiseren.

Leefbaarheid, ecologie, en diverse wijken.

Hierom richt de Collectieve Wooncorporatie zich op het omvormen van bestaande panden tot woningen geschikt voor woongroepen/gemeenschappelijk wonen, in plaats van nieuwbouw. Door meer woningen te realiseren binnen de bestaande bebouwing (ofwel, verdichten), maak je wijken en buurten beter leefbaar, bruisender, en houd je de voorzieningen in leven. Ook is de milieubesparing niet mis: Het omvormen van bestaande panden tot woongroepen is een duurzame optie die stikstof-intensieve nieuwbouwprojecten overbodig maakt en daarmee de schaarse natuur in Nederland beschermt. Als kers op de taart is wonen in een woongroep door lage, sociale huren vaak financieel zeer voordelig voor bewoners. Perfect voor de Nederlandse binnensteden, waar gentrificatie een groot gevaar is voor bestaande wijken. Wanneer grond en woningprijzen stijgen, verwordt de binnenstad tot een bubbel waar alleen de hoge inkomens kunnen wonen. Door woongroepen in de mix te realiseren garandeer je een wijk of buurt waar mensen die verschillen in welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname, elkaar blijven ontmoeten.

Welke wijken en huizen?

Wat voor wijken zijn geschikt voor zo’n transformatie en hoe zou die transformatie in zijn werk gaan? Verdichten kan niet overal: zeker in de binnenstad zijn er wijken die al erg druk zijn. De zaak is om zó met de bebouwing om te gaan, dat het de kwaliteit van de wijk en buurt ten goede komt. KAW rapporteert bijvoorbeeld dat wijken jonger dan 40 jaar over het algemeen minder geschikt zijn. In hun onderzoek richten zij zich op wijken/woningen gebouwd tussen 1950 en 1980, al hebben oudere wijken/woningen waarschijnlijk vergelijkbare mogelijkheden. 

Simpel gezegd, door de bouwstijl van deze woningen en wijken is het mogelijk om met relatief eenvoudige bouwkundige ingrepen van één of twee eengezinswoningen, twee, drie of zelfs vier woningen te maken. En dan hebben we het pas over conventionele, solitaire woningen. In het geval van gemeenschappelijk wonen waarbij veel faciliteiten worden gedeeld, blijft er realistisch gezien nog meer ruimte over. Wat er dan ontstaat zijn dus niet woningen geschikt voor het traditionele vierkoppige gezin, maar woningen die in feite beter aansluiten bij de hedendaagse woonbehoefte. 

Mismatch in woningvraag

Om deze wijken te transformeren zullen we aan de slag moeten met de woningvoorraad in die wijken. Hoe staat het ervoor met de woningvoorraad en waar liggen de mogelijkheden?

Op dit moment bestaat er een grote mismatch tussen beschikbare woningen en de woningvraag van huishoudens. Er zijn veel meer eengezinswoningen dan dergelijke gezinnen die een woning zoeken: Tweederde van de woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen, terwijl slechts een kwart van de huishoudens bestaat uit gezinnen met twee ouders en kinderen. Ter vergelijking: Bijna 40 procent van de huishoudens in Nederland zijn eenpersoonshuishoudens. Bovendien is wat er tegenwoordig aan nieuwbouw gerealiseerd wordt veelal gericht op die kleinere groep aan twee-ouder-gezinnen. Ook qua grootte woning is er scheefgroei. Wel 80 procent van de woningen is groter dan 75 vierkante meter, terwijl we gemiddeld per Nederlander slechts 60 vierkante meter woonruimte hebben. Daaruit kunnen we concluderen dat een klein deel van de Nederlanders woont in veel te grote woningen, waardoor een groot deel van de Nederlanders vastzit aan te kleine woningen. Door als Collectieve Wooncorporatie zulke relatief ‘grote’ woningen op te kopen en op te waarderen naar gemeenschappelijk wonen units, keren we deze trend om.

KAW concludeert daarom dat we, met de nodige aanpassingen, gemiddeld dus niet eens hoeven in te leveren in woonruimte door herontwerp van de bestaande bebouwing. Sterker nog, de gemiddelde Nederlander gaat erop vooruit. KAW hanteert in hun herontwerp van bestaande woningen een minimale woninggrootte van 50 vierkante meter en groter. Hoewel KAW nog drie andere mogelijkheden aanbiedt, richten wij ons op het splitsen van bestaande woningen in naoorlogse portiekwoningen en gezinswoningen. Dit is volgens ons de meest efficiënte en makkelijk te realiseren optie. In het geval van naoorlogse portiekwoningen kunnen er in Nederland al 98.000 woningen extra gerealiseerd worden. Omdat De Collectieve Wooncorporatie zich niet alleen op dit type woning richt, maar ook op oudere wijken met ander type woning is dit potentieel zelfs nog groter.  

Een collectieve oplossing voor een maatschappelijk probleem

Het mag duidelijk zijn dat er grote mogelijkheden liggen binnen de bestaande ruimte om meer woningen te realiseren. Door bestaande woningen om te bouwen voor gemeenschappelijk wonen, verhogen we de sociale draagkracht in de wijk, creëren we meer woonruimte voor alle Nederlanders en hoeven we niet mee te doen aan stikstof-intensieve nieuwbouw. Bovendien sluit deze vorm van wonen veel beter aan op de daadwerkelijke woonbehoefte van de hedendaagse Nederlander. We vertellen je natuurlijk graag meer over onze visie op wonen en hoe we collectieve huisvesting zien als een breder instrument tegen kwetsbaarheid en individualisme. Kijk daarvoor snel op collectievewooncorporatie.nl of stuur ons een mailtje met je vraag, opmerking of idee via info@collectievewooncorporatie.nl.


Reacties

Eén reactie op “Splitsen en gemeenschappelijk wonen: Gouden greep bij woningnood Nederland”

  1. Bart Lubbers avatar
    Bart Lubbers

    Fantastisch pleidooi voor samenleven. De grote dwarsligger is hier echter de overheid die simpelweg verbied om met meer dan twee volwassenen een huishouden te delen. Hef dit verbod op en de woningnood is opgelost.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *